Inleiding tot de onrechtmatige bedingen en B2B-overeenkomsten : Laat uw overeenkomsten herlezen !

De wet van 4 april 2019 houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen (B.S. 24/05/2019) onderwerpt de onrechtmatige bedingen in overeenkomsten gesloten tussen ondernemingen aan een zekere controle.

In het algemeen is elk beding van een overeenkomst gesloten tussen ondernemingen dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig. Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, de algemene economie van de overeenkomst, alle geldende handelsgebruiken, alsmede alle andere bedingen van de overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het moment waarop de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de producten waarop de overeenkomst betrekking heeft. Er wordt tevens rekening gehouden met de duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.

De wet noemt vier bedingen die in ieder geval onrechtmatig zijn en acht bedingen die, behoudens tegenbewijs, vermoed worden onrechtmatig te zijn. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig, maar de overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan blijven voortbestaan.

De bepalingen met betrekking tot de onrechtmatige bedingen zijn niet van toepassing op financiële diensten, op overheidsopdrachten en op de overeenkomsten die eruit voortvloeien. Ze zullen in werking treden op 1 december 2020 voor de overeenkomsten gesloten, hernieuwd of gewijzigd na deze datum. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de overeenkomsten die lopen op die datum.